Lezingen

Ds. M. Goudriaan: Opening

Ds. P. den Ouden: Tertullianus en het vreemdelingenleven

Voor Tertullianus is het vreemdelingschap van fundamentele betekenis voor het christenleven. In zijn geschriften benadert hij het vanuit verschillende perspectieven.

  1. Een apologetisch perspectief: christelijke waarheid weet dat zij als vreemdelinge op aarde verblijft.
  2. Een parenetisch perspectief, om gelovigen aan te sporen om radicale keuzes te maken.
  3. Een dogmatisch perspectief, als verweer tegen ketters en tot opbouw van gelovigen. Voor Tertullianus heeft het vreemdelingschap alles te maken met de praktijk der godzaligheid. Daarom is het wel een proto-puritein genoemd. Omdat onze tijd steeds meer overeenkomsten vertoont met die van Tertullianus, is er een toenemende belangstelling voor hem.

Drs. L. Snoek: Met volmacht dichtbij komen

De lezing over ‘De praktijk van de catechese’ valt in drie delen uiteen:

  1. gedeeld verlangen;
  2. gedeelde nood;
  3. gedeeld uitzicht.

Wat alle catecheten drijft, is het verlangen om de volgende generatie in te wijden in wat de kerk altijd heeft geloofd. Wat alle catecheten zorgen baart, is de moeilijkheid om die jonge generatie te interesseren voor de leer van het christelijk geloof.
Daar ligt dan ook de centrale vraag van deze lezing: Hoe verbinden we de geloofsleer en het leven en denken van jongeren zó aan elkaar dat zij gaan begrijpen en onthouden wat de kerk gelooft?
Perspectief voor dit kerkelijk onderwijs ligt mijns inziens niet in het inslaan van nieuwe wegen, maar in het (beter) plaveien van de oude wegen. 
Daarin kunnen de volgende aandachtspunten van betekenis zijn: theologische zelfverloochening, relatiegericht lesgeven, samen actief Bijbellezen en zo inhoudelijk bruggen slaan tussen het leven van (jonge) mensen, Gods openbaring en de kerkelijke geloofsleer. 

Dr. P. de Vries: Recente ontwikkelingen op het gebied van de hermeneutiek (1)

Is het sola scriptura wel werkelijk te handhaven? Is elk beroep op de Schrift is hermeneutisch bepaald en daarmee contextueel en relatief en wordt daarom datgene wat de Schrift betekent niet mede door de kerk bepaald? Dat zijn geluiden die wereldwijd klinken. Postmodern is dat een beroep op de Schrift evenveel over degene die dat beroep doet zegt als over de Schrift zelf.

Zij die deze benadering delen en toch aan de blijvende betekenis van de Schrift willen vasthouden, stellen dat wij samen biddend om de leiding van Gods Geest moeten vragen naar datgene wat God in deze tijd van ons vraagt. Concreet zien we dat terugkomen als het gaat om de vraag of ook en vrouw een ambt mag bekleden, of stabiele homoseksuele niet op zijn minst getolereerd kunnen worden of wij wel kunnen stellen dat de mensheid afstamt van één mensenpaar dat in gemeenschap met God werd geschapen. Maar dit zijn bepaald niet de enige terreinen.

Als protestanten deze weg inslaan, staan zij buitengewoon zwak tegenover Rome. Tegenover een veelheid van tegenstrijdige en elkaar uitsluitende antwoorden die dan de Heilige Geest binnen het protestantisme geeft staat het eenduidige antwoord dat de Heilige Geest binnen Rome geeft onder leiding van de bisschop van Rome (ik laat de grote kloof die vaak tussen de officiële kerkleer en de praktijk bestaat buiten beschouwing).

Kunnen wij een hermeneutiek van de Schrift in principe uit de Schrift zelf afleiden? Zonder te ontkennen dat wij blinde vlekken hebben of kunnen hebben dat ons verstaan van de Schrift nooit samenvalt met de inhoud van de Schrift zelf, beantwoord ik die vraag voluit bevestigend. Die overtuiging is verbonden met de wetenschap dat de Schrift de stem is van de levende God en niet de primaire verwoording van de stem van God in een andere context dan de onze.

Als we weten dat de Schrift de stem van God is, weten we dat ook de context waarbinnen de woorden van de Schrift oorspronkelijk geklonken hebben niet buiten Gods raad staan. Ons uitgangspunt moet niet zijn dat vanuit onze context de Schrift lezen, maar dat wij onze context vanuit het Schriftgetuigenis verstaan.

De Bijbelse context die voor alle eeuwen en plaatsen geldt is die van schepping zondeval, verzoening en verlossing en tenslotte het laatste oordeel en de voleinding. Wie postmodern denkt, kan nooit verklaren hoe Bijbellezen tot een totale omkering kan leiden van de kaders waarbinnen je denkt.

Het eindelijke doel waarom wij de Schrift lezen is God te leren kennen, gemeenschap met hem te ontvangen en Hem te verheerlijken. Wij moeten leren de juiste sleutel te hanteren op het openen van de Schrift. Voor de Reformatie was dat de brief aan de Romeinen met haar boodschap van wet en Evangelie. Deze tweeslag was voor Luther de sleutel van kennis die farizeeërs en Schriftgeleerden hadden weggenomen. Om de Schrift werkelijk te leren verstaan dienen we God te leren kennen in Zijn heiligheid en volmaaktheid, onszelf in onze verlorenheid en Jezus Christus in Zijn dierbaarheid (Hellenbroek). Anders kunnen wij veel kennis en inzicht verkrijgen en blijft de diepste zin van de Schrift voor ons verborgen. Nodig is dat wij ons herkennen in Jesaja in diens confrontatie met Gods heiligheid, dat wij gedrongen voelen ons geloof te verwoorden zoals Paulus.

Ds. J. M. J. Kieviet: Daniël, balling en ziener (1)

We hebben een heel Bijbelboek ontvangen dat aan Daniël is gewijd. Het draagt ook zijn naam. Twaalf hoofdstukken lang. Ingeklemd tussen Ezechiël enerzijds en de reeks kleine profeten anderzijds. Is Daniël ook onder de profeten?, mogen we wel vragen. Ja!, zeggen wij. Het boek van de profeet Daniël maakt bij ons immers deel uit van de boeken der profeten. Van de grote profeten, wel te verstaan. 

Daniël als profeet. De Heere Jezus, die dit boek diverse keren citeerde, noemt hem ook zo: Matth. 24: 15 “Wanneer gij dan zult zien de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet, staande in de heilige plaats (die het leest, die merke daarop), dat alsdan…” etc. Daniël, de profeet…

We schrijven het jaar 605 voor Christus. Koning Nebukadnezar heeft een grote veldslag geleverd tegen Farao Necho van Egypte. Het Egyptische leger wordt bij Karkemis roemloos verslagen. Vanaf nu is het gedaan met de Egyptische heerschappij over de omliggende landen, inclusief over het kleine staatje Juda met haar hoofdstad Jeruzalem. Nebukadnezar maakt daar handig gebruik van. Op weg naar huis met zijn legers passeert hij Jeruzalem. Hij neemt de moeite niet om de stad te belegeren. Nee, hij oefent zoveel druk uit op Jojakim, de koning van Juda, dat hij een aantal gijzelaars eist. Jonge mannen uit de adel van het volk. Enkele prinsen, die wil hij mee hebben, om er van overtuigd te zijn dat Juda niet in opstand tegen hem komen zal. Want Jojakim zal best begrijpen wat er dan met die gijzelaars gebeuren zal... Het zal nog 8 jaar duren voordat Nebukadnezar terugkomt en zijn beleg om Jeruzalem zal slaan. En daarna zal het nog eens 4 jaar duren voordat stad & tempel worden verwoest. Maar hier is al het voorspel. Daniël, met zijn drie vrienden (Hananja, Misael & Azarja), en nog anderen - ze moeten mee.

Jeruzalem & Babel – het rijk van God & van de tegenstander – die tegenstelling domineert in heel dit profetenboek Daniël. Het is dezelfde tegenstelling die we tegenkomen tot in het laatste bijbelboek toe. Babel, het is het land van menselijke hoogmoed en van goddeloosheid. In dat Babel wonen die vier Joodse jongens. Niet zomaar voor een enkel jaar. Nee, het slot van hoofdstuk 1 laat ons weten: Daniël bleef tot het eerste jaar van de koning Kores toe [1:21]. Dat was op z’n minst 70 jaar later. Hetgeen impliceert: zijn hele leven… Daniël, de balling. Levenslang.

Kan Daniël ons iets leren, hoe in ‘Babel’ te verkeren? Puntsgewijze:

  • Daniël vreest de Heere Dat is zijn geheim.
  • Hij is een vreemdeling in een vreemd land, maar de zaken van Babel gaan hem ter harte. Hij kent zijn verantwoordelijkheid. Vergelijk Jeremia 29: 4.
  • Gevraagd en ongevraagd belijdt hij de Heere als de God des hemels. Hij is een belijder in het openbaar en in zijn binnenkamer.
  • Daniël is een bidder. Hij leeft bij het Woord van de Heere. Hij verootmoedigt zich voor de Heere. Zijn perspectief is en blijft Jeruzalem… Getuige de open vensters.

Ds. J.J. ten Brinke: Gods heiligheid in de prediking

Wie denkt en spreekt over ‘de heiligheid van de HEERE’, die denkt en spreekt over ‘de Heilige Zelf’. 
Dat kan slechts op belijdende toon en in de gestalte van de aanbidding. 

1) Twee persoonlijke reflecties
- Jesaja 6 – ‘Heilig, heilig, heilig is de HEERE...’
- Hosea 11 – ‘...want Ik ben God en geen mens, de Heilige in uw midden...’

2) De heiligheid van God en de prediker
- Een diep besef van Gods heiligheid
- Een helder zicht op de heiligheid van de prediking
- De heiliging van de prediker zelf

3) De heiligheid van God en de prediking
- Heilig is de HEERE (de God van het verbond)
- De Heilige is heilig in Zijn liefde
- Christus is ‘de heilige Gods’

Ir. B. Visser: Onderscheidend leiderschap in deze tijd?

Wat is vanuit christelijk perspectief nu onderscheidend leiderschap in deze tijd? Talloze boeken zeggen hier wat over en de boeken van prof. Wil Derkse over spiritueel leiderschap vanuit de Benedictijnse regels vinden gretig aftrek. In deze lezing wordt nagegaan welke Bijbelse lijnen zijn te trekken en hoe de klassieke deugdenleer zich tot de Bijbelse kwalificaties verhoudt. Recente literatuur wordt beknopt benoemd en tot slot wordt een voorstel gedaan voor een aantal bijbelse kwalificaties bij de invulling van onderscheidend leiderschap in deze tijd. 

Dr. P. de Vries: Recente ontwikkelingen op het gebied van de hermeneutiek (2)

We moeten nooit vergeten dat Bijbellezen en daarmee ook Bijbelwetenschap geen neutrale wetenschap is. Voetius sprak over godsvrucht en wetenschap dooreenvermengd. We hoeven niet in alles Kuyper te waarderen of te volgen om toch zijn inzicht over tweeërlei wetenschap te waarderen. Er is wetenschapsbeoefening vanuit de autonome mens en wetenschapsbeoefening die zich ingekaderd weet door de wederbarende werking van Gods Geest.

Om concreet te maken dat een hermeneutiek die zich niet binnen de kaders van de Schrift zelf beweegt, niet zonder gevolgen blijft, ga ik kort in op de plaats van de vrouw in de gemeente en de historiciteit van de zondeval. Breder schenk ik aandacht aan het Bijbelse getuigenis over homoseksualiteit en de eeuwige bestemming van de mens. Juist hier botst het Bijbelse getuigenis met de geest van de tijd. De twee genoemde zaken zijn ook nauw aan elkaar verbonden. Wie het Bijbelse getuigenis over homoseksualiteit relativeert, moet ook vraagtekens plaatsen bij de norm die Christus op de jongste dag hanteert.

Als de kerk zich dan aanpast aan de tijd, zie je dit gebeurd door een hermeneutisch kader te hanteren dat niet aan de Schrift zelf zijn ontleend. Het kan ook anders worden geformuleerd. Bijbelse perspectieven worden uit hun Bijbelse context gehaald en verabsoluteerd.

Fundamenteel is hoe wij God zien. Moeten wij alle andere eigenschappen van God ondergeschikt maken aan Zijn liefde tot de mens (wat al iets anders is dan dat God in Zichzelf liefde is)? Kunnen wij over Gods wet en Zijn schepping en scheppingsordeningen alleen vanuit het kruis en de opstanding van Christus spreken? Als dat het geval is, is de wet niet langer de openbaring van Gods wezen en is de toorn van God over de zonde geen zelfstandige realiteit die de kruisdood van Christus nodig maakte, wilde er zaligheid zijn voor de mens.

Niet in de laatste plaats de brief aan de Romeinen laat ons zien dat wij het Evangelie alleen op de juiste wijze leren verstaan tegen de achtergrond van Gods toorn en de vloek van de wet die sinds de zondeval op heel de mensheid rust. Niet voor niets zagen de Reformatoren de brief aan de Romeinen als de sleutel om de Schrift te openen en te verstaan.

Ik besluit met een citaat van Luther en wel uit zijn voorrede op de Grote Catechismus: ‘Ik ben ook een doctor en predikant, ja zo geleerd en ervaren als al die anderen, die zulk een vermetelheid en zekerheid hebben. En toch doe ik als een kind aan wie men de catechismus leert, en lees ze woord voor woord 's morgens, en als ik tijd heb, het Onze Vader, de Tien Geboden, het Geloof, de Psalmen, enz.; en ik moet nog dagelijks lezen en studeren en ben toch niet zoals ik graag zou willen, ik moet een kind en leerling van de catechismus blijven en ik blijf het graag.’

Ds. J.M.J. Kieviet: Daniël, balling en ziener (2)

Wat is de kern van het boek Daniël? De almachtige soevereiniteit van de God van Israël over de geschiedenis en over de koninkrijken van deze wereld.

Het boek Daniël brengt ons op de fronten. Het is oorlog. Een heftige en zeer gewelddadige oorlog. Er is een strijd gaande in deze wereld. Heel dit Bijbelboek is vol van de confrontatie, de botsing tussen het rijk van God & het rijk van de wereld. De inzet van de boze is geen andere dan de ondergang van Gods rijk. Er zijn momenten dat het erop lijkt dat hij de overwinnaar is. In elk hoofdstuk van Daniël is die strijd het thema. De vijand rukt vast aan / met opgestoken vaan / hij draagt zijn rusting nog / van gruwel en bedrog… Maar – zal als kaf verdwijnen! 

Zullen we de uitleg van Daniël alleen historisch mogen toepassen? Het is duidelijk: de visioenen in de hoofdstukken 7 t/m 12 zijn in veel opzichten letterlijk in vervulling gegaan in de 2e eeuw. Maar moeten we de duiding daartoe beperken? Me dunkt van niet. De kerk der eeuwen heeft dat ook niet gedaan. De traditie van de Daniël-uitleg is zeer verscheiden. Maar de doorgaande lijn is toch wel geweest dat de christelijke kerk hierin profetie heeft gelezen van een verder verwijderde toekomst: van de messiaanse tijd, van de verwoesting van Jeruzalem, maar niet minder van het einde van de wereld. Daarbij gaat het niet om een invulling-bij-voorbaat van de dingen die zullen gaan gebeuren, maar wel om de troostvolle wetenschap bij Gods kerk dat de Heere regeert. En dat de poorten der hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen.

Wat ons vrijmoedigheid geeft om de lijnen verder te trekken, verder dan de tijd van de Seleuciden & de Makkabeeën: dat is het Woord van God Zelf. Op tal van plaatsen in het NT worden woorden uit Daniël geciteerd. Degene die dat met de hoogste autoriteit doet, is de Heere Jezus Zelf. Met een verwijzing naar Daniël 9 laat Hij in Matth.24 & Markus 13 de waarschuwing horen: “Wanneer gij zult zien de gruwel der verwoesting waarvan gesproken is door Daniël de profeet, staande in de heilige plaats, die merke daarop!” [Matth. 24:15, Mark.13:14]. Het gaat hier over de dingen van 40 jaar later in Jeruzalem, maar niet minder over het einde van de tijden!

Dat de Heere Jezus Zich de Zoon des mensen noemt, is een rechtstreekse ontlening aan Daniël 7. Hij claimt hiermee het bewijs van Zijn afkomst uit de hemel, rechtstreeks bij de grote God vandaan! Zoon des mensen – anders dan het bij velen in de gemeente klinkt, is dat een zeer hoge titel. Zo klonk dat ook in de oren van Jezus’ tijdgenoten.

Laten we niet denken dat de verleiding tot afval aan ons en onze kinderen voorbij zal gaan. Of anders wel de verzoeking tot aanpassing. De macht van de duisternis zal niet rusten voordat er een gruwelijk afgodsbeeld in het heiligdom staan zal. In het heiligdom van onze kerken, van onze scholen, van onze gezinnen, van onze harten. Daar is het hem om begonnen. Is het denkbeeldig, dat we terecht zullen komen in een Babel-situatie? Waarin er een geweldige afval zal zijn en een diep-ingrijpende verlating van de Heere en Zijn dienst!

Nu wil het boek Daniël ons op het hart drukken: en toch leeft God! Hij leeft en zal Zijn almacht tonen. Daniël en zijn boodschap zeggen ons twee dingen. Ze zijn ten diepste vervat in het allerlaatste woord dat de Zaligmaker Zijn jongeren toevoegde, Zijn testament als de Zoon des mensen, even voordat ze afdaalden naar de Olijvenhof.  1. In de wereld zult gij verdrukking hebben. Dat is het ene. 2. Maar er staat iets tegenover. Hebt goede moed, Ik, de Zoon des mensen, heb de wereld overwonnen!.

Ds. R.A.M. Visser: Sluiting

© Copyright 2019 | Beheerderspaneel | Mogelijk gemaakt door DGN Websolutions